ATHENE Webtijdschrift voor directe democratie > ARCHIEF > Strijd tussen uitvoerende en wetgevende macht
  november 2016 [15]




MURRAY BOOKCHIN EN HET KOERDISCH VERZET

Door Joris Leverink,

De auteur is politiek analyticus in Istanboel, een freelance schrijver en activist. Hij is mede-uitgever van ROAR Magazine, columnist voor teleSUR en levert bijdragen in het Engels en Turks voor het nieuws agentschap IPS. Hij blogt op Deciphering Disorder. Dit artikel is een vertaling van ‘Murray Bookchin and the Kurdish resistance’ door Ronald de Vries.


De inleiding tot het nieuwe boek: The Next Revolution: Popular Assemblies and the Promise of Direct Democracy (Londen, 2015), legt uit hoe Murray Bookchin, geboren uit Russisch Joodse immigranten in New York in 1921, als negenjarige kennismaakte met radicale politiek toen hij lid werd van de Young Pioneers, een communistische jeugdorganisatie. Dit zou het begin worden van zijn ‘leven op links’ waarin hij van Stalinist tot Trotskist zou worden in de jaren voor WOII, voordat hij zich in de late jaren 50 tot anarchist bekeerde en zich uiteindelijk ‘communalist’’ of ‘voorstander van libertair gemeentelijk zelfbestuur [libertarian municipalist] zou noemen na de introductie van het idee van sociale ecologie.

Hoewel Bookchin nooit de universiteit bezocht – behalve een paar klassen in radiotechnologie direct na WOII – schreef hij vele boeken en publiceerde honderden academische artikelen, naast het stichten van verschillende tijdschriften en het oprichten van het Instituut voor Sociale Ecologie in 1974. Zijn belangrijkste bijdrage aan de radicale politiek was wellicht de (her)introductie van het concept van ecologie binnen de arena van het politieke denken.

Bookchin verzette zich tegen de ideeën en praktijken van de opkomende milieubewegingen, die hij ervan beschuldigde louter “technische oplossingen” binnen het kapitalisme te verdedigen. Hij stelde daar een ecologische benadering, die de fundamentele oorzaken van het structurele probleem probeert aan te pakken, tegenover. In deze opvatting is het fatale falen van het kapitalisme niet gelegen in de uitbuiting van de arbeidersklasse, zoals Marxisten menen. Dit komt eerder, omdat het kapitalisme op gespannen voet staat met de natuurlijke omgeving. Als hiertegen geen weerwerk geboden wordt, zal dat onvermijdelijk leiden tot de ontmenselijking van mensen en vernietiging van de natuur.

The Next Revolution bevat een essay The Ecological Crisis and the Need to Remake Society uit 1992, waarin Bookchin beweert dat “de meest fundamentele boodschap die de sociale ecologie naar voren brengt, is dat juist het idee van het beheersen van de natuur voortkomt uit overheersing van de mens over de mens”. Als een ecologische maatschappij zich wil ontwikkelen, dan moet eerst de overheersing van de mens over de mens worden opgeheven. Volgens Bookchin “hebben kapitalisme en zijn alter ego ‘staatssocialisme’ alle historische problemen tot een crisis gebracht” en zal de markteconomie, zonder ingrijpen, onze natuurlijke omgeving vernietigen door zijn “groei of sterf” ideologie.

Jarenlang probeerde Bookchin anarchistische groepen in de VS ervan te overtuigen dat  zijn idee van libertair gemeentelijk zelfbestuur – dat in zijn eigen woorden “probeert de openbare ruimte weer op te eisen voor het uitoefenen van echt burgerschap, terwijl het afstand neemt van de sombere kringloop van parlementarisme en zijn mystificatie van het ‘partij’-mechanisme als middel tot publieke vertegenwoordiging – er in belangrijke mate toe heeft geleid dat anarchisme opnieuw politiek en sociaal relevant  werd.

Libertair gemeentelijk bestuur propageert het gebruik van face-to-face volksvergaderingen om de politieke praktijk te ontfutselen aan de professionele, op carrière gerichte politici en geeft het terug aan de burgers. Terwijl hij de staat beschrijft als “een compleet vreemde formatie” en een “doorn in het vlees van de menselijke ontwikkeling”, presenteert Bookchin libertair gemeentelijk bestuur als “in wezen democratisch en niet hiërarchisch qua structuur” en ook “gebaseerd op de strijd voor een rationele en ecologische maatschappij”.

Tot grote teleurstelling van Bookchin weigerden vele anarchisten deze ideeën te omarmen, niet bereid te aanvaarden dat om politiek relevant te blijven en in staat te zijn een echte revolutie te maken, zij zouden moeten participeren in het plaatselijk bestuur. Ondanks het feit dat hij politiek is gerijpt in het gezelschap van Marxisten, syndicalisten en anarchisten, ontwikkelde Bookchin spoedig fundamentele kritieken op al deze stromingen en volharde daarin, wat niet alleen leidde tot de ontwikkeling van zijn eigen idee van  sociale ecologie, maar ook tot vele kritieken uit de linkse hoek.


Koerdisch verzet

 In de late 1970er jaren, terwijl Bookchin streed voor erkenning van de waarde en het belang van zijn theorie van sociale ecologie in de VS, ontstond er aan de andere kant van de wereld een geheel andere strijd. In de bergachtige, voornamelijk Koerdische regio’s van zuidoost Turkije werd een organisatie opgericht die uiteindelijk de sociale ecologie van Bookchin zou omarmen.

De organisatie noemde zichzelf Koerdische Arbeiderspartij, of PKK, naar zijn Koerdische acroniem en in 1984 lanceerde zij haar eerste aanval op de Turkse staat. Deze eerste operaties werden snel gevolgd door andere en ontwikkelden zich uiteindelijk tot een drie decennia durende gewapende strijd, die nog onbeslist is.

De PKK werd geïnspireerd door het marxistisch-leninistisch gedachtengoed en vocht voor een onafhankelijke Koerdische staat die zou moeten worden gebaseerd op socialistische principes. Het traditionele Koerdische thuisland omvat territoria in Turkije, Iran, Irak en Syrië, maar werd in het begin van de 20ste eeuw opgedeeld, toen een overeenkomst werd gesloten waarbij het voormalige Ottomaans-Turkse gebied in het Midden-Oosten werd verdeeld tussen Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. De grenzen tussen Turkije, Syrië en Irak werden neergelegd in de verfoeilijke Sykes-Picotverdrag van 1916.

Ondanks de utopische wens om de verschillende Koerdische gebieden op een dag verenigd te zien, concentreerde de strijd van de PKK zich vooral op de bevrijding van Noord-Koerdistan of Bakur – de Koerdische gebieden die door de Turkse staat bezet werden. In de loop van de 1990er jaren liet de PKK echter langzamerhand zijn wens vallen om een onafhankelijke Koerdische natiestaat te stichten en begon andere mogelijkheden te onderzoeken.

In 1999 werd Abdullah Öcalan, stichter en leider van de PKK, onderwerp van een diplomatieke ruzie tussen Turkije en Syrië over de plaats van waaruit hij de operaties van de PKK had geleid, nadat hij twee decennia eerder was gedwongen om Turkije te ontvluchten. Syrië weigerde om de rebellenleider nog langer te huisvesten en te beschermen wat Öcalan dwong naar een ander land te vluchten. Niet lang daarna werd hij in Kenya gearresteerd en uitgeleverd aan Turkije waar hij ter dood werd veroordeeld, een straf die later werd omgezet in levenslang.

De detentie van Öcalan was een kritiek moment in de onafhankelijkheidsstrijd van de PKK. Kort daarna liet de organisatie haar eisen van een onafhankelijke staat vallen en vroeg meer autonomie op lokaal niveau. In de gevangenis maakte Öcalan zich vertrouwd met de werken van Bookchin, wiens geschriften over maatschappelijke transformatie hem er toe aan zetten om het ideaal van een onafhankelijke natiestaat op te geven en een andere weg in te slaan die hij ‘Democratisch Confederalisme’ noemde.

Enige jaren eerder, na de ineenstorting van de Sovjet Unie in 1991, was de PKK reeds begonnen om kritisch na te denken over het concept van de natiestaat. Geen van de traditionele thuislanden van de Koerden waren exclusief Koerdisch. Een staat gesticht en gecontroleerd door de Koerden zou dus automatisch onderdak bieden aan grote minderheidsgroeperingen. Dit zou potentieel de repressie van etnische en religieuze minderheden uitlokken op dezelfde manier waarop de Koerden zelf jarenlang werden onderdrukt. Als zodanig werd een Koerdische staat steeds meer gezien als de voortzetting, in plaats van de oplossing, van de bestaande problemen in de regio.

Terwijl hij enerzijds de onderlinge afhankelijkheid van kapitalisme en de natiestaat had geanalyseerd en anderzijds die tussen patriarchaat en gecentraliseerde staatsmacht, realiseerde Öcalan zich tenslotte dat echte vrijheid en onafhankelijkheid alleen mogelijk zouden zijn als de beweging alle banden met deze institutionele vormen van onderdrukking en exploitatie had verbroken.


Democratisch Confederalisme

In zijn pamflet, Declaration of Democratic Confederalism, brak Abdullah Öcalan definitief met de eerdere aspiraties van de PKK om een onafhankelijke Koerdische staat te stichten: “Het systeem van natiestaten is een serieuze barrière voor de ontwikkeling van maatschappij, democratie en vrijheid sinds het eind van de 20ste eeuw”.

In de opvatting van Öcalan is de vestiging van een democratisch confederaal systeem, “dat zijn kracht direct aan het volk en niet aan op de globalisering gebaseerde natiestaten zal ontlenen,” de enige manier om de crisis in het Midden-Oosten op te lossen. Volgens de gevangen genomen rebellenleider, zullen “noch het kapitalistische systeem noch de druk van de imperialistische krachten, die alleen hun eigen belangen dienen, leiden tot democratie. De taak is om bij te dragen aan de ontwikkeling van een basisdemocratie vanuit het gewone volk [grassroots] …. die oog heeft voor de religieuze, etnische en klassenverschillen in de maatschappij”.

Snel na de oproep van Öcalan voor de ontwikkeling  van een democratisch confederalistisch model, werd het Democratische Maatschappij Congres (DTK) in Diyarbakir opgericht. Tijdens een volksvergadering in 2011 lanceerde dit orgaan zijn Oproep voor Democratische Autonomie waarin het vroeg om onafhankelijkheid van de staat, autonomie op de terreinen van politiek, rechtspraak, zelfverdediging, cultuur, maatschappij, economie en diplomatie. De reactie van de Turkse staat was voorspelbaar: Terwijl het een route van confrontatie en criminalisering uitzette, deed het de DTK onmiddellijk in de ban.

Het is niet toevallig dat het idee van Democratisch Confederalisme, zoals ontwikkeld door Öcalan, vele gelijkenissen met Bookchins idee van sociale ecologie vertoont. In het begin van deze eeuw begon Öcalan in de gevangenis Ecology of Freedom and Urbanization Without Cities te lezen en verklaarde zich spoedig een leerling van Bookchin. Middels zijn advocaten probeerde Öcalan een ontmoeting te organiseren met de radicale denker om te onderzoeken op welke manieren Bookchins ideeën toepasbaar gemaakt konden worden in de context van het Midden-Oosten.

Helaas vond deze ontmoeting vanwege de zwakke gezondheid van Bookchin deze ontwikkeling in die tijd nooit plaats, maar hij zond in mei 2004 een boodschap naar Öcalan: “Ik hoop dat het Koerdische volk op een dag in staat zal zijn om een vrije, rationele maatschappij te vestigen die het mogelijk maakt om weer op te bloeien. Zij heeft het geluk dat zij een leider heeft met de talenten om hen daarin voor te gaan”.

 Op zijn beurt en als een vorm van erkenning van Bookchins beslissende invloed op de Koerdische beweging eerde een PKK volksvergadering hem toen hij in juli 2006 overleed, als “een van de grootste sociale wetenschappers van de 20ste eeuw”. Zij hoopten dat de Koerden de eerste maatschappij zouden stichten op democratisch confederalistische grondslag, terwijl ze het project “creatief en realiseerbaar” noemden.


Tweeledige macht, confederalisme en sociale ecologie

In het afgelopen decennium is democratisch confederalisme langzamerhand een integraal deel van de Koerdische maatschappij geworden. Drie elementen van het denken van Bookchin hebben de ontwikkeling van een “democratische moderniteit” over heel Koerdistan beïnvloed: het concept van “tweeledige macht,” “de confederale structuur, zoals voorgesteld door Bookchin onder de kop van libertair gemeentelijk zelfbestuur [libertarian municipalism] en de theorie van sociale ecologie die het spoor volgt van vele hedendaagse gevechten dat teruggaat tot het ontstaan van de beschaving en de natuurlijke omgeving in het centrum van de oplossing voor deze problemen plaatst.

Tweeledige macht
Het concept van tweeledige macht is een van de voornaamste redenen geweest waarom het werk van Bookchin door anarchistische, communistische en syndicalistische groepen werd verworpen. In plaats van de opheffing van de staat door een opstand van het proletariaat te bepleiten, suggereerde hij dat door het ontwikkelen van alternatieve instellingen in de vorm van volksvergaderingen en wijkcomités – en met name door deel te nemen aan gemeentelijke verkiezingen – de macht van de staat van onderop “uitgehold” kon worden om uiteindelijk overbodig te worden.

Bookchins strategie van het overnemen en opbouwen van machtsinstellingen komt voort uit z’n analyse van politiek als tegenhanger van staatsmacht. Volgens Bookchin “houden Marxisten, revolutionaire syndicalisten en authentieke anarchisten er een verkeerd begrip van politiek op na. Politiek moet worden beschouwd als een burgerarena en instituties waarmee mensen op democratische en directe wijze de zaken van hun gemeenschap regelen”. Wat gewoonlijk “politiek” genoemd wordt, ziet Bookchin als “staatsmacht,” of de zaken waarmee professionele politici zich bezig houden.

“Politiek” daarentegen is in feite veelmeer de lijm die de samenleving bijeenhoudt dan een soort intrinsiek kwalijke praktijk die vele linkse revolutionairen graag vernietigd zouden zien. Politiek is iets dat op zodanige wijze georganiseerd moet worden dat misbruik van macht voorkomen wordt.” De afwezigheid van een autoritair systeem kan slechts gegarandeerd worden door de heldere, krachtige en gedetailleerde toewijzing van macht, niet door pretenties dat macht en leiderschap vormen van ‘bestuur’ zijn of door libertaire metaforen die hun realiteit verhullen,” schrijft Bookchin in zijn essay The Communalist Project.

De omarming door de Koerden van Bookchins idee van tweeledige macht is duidelijk te zien in de organisatievorm van de DTK op de verschillende niveaus van de maatschappij. De algemene vergadering van de DTK komt twee keer per jaar bijeen in Diyarbakir, de feitelijke hoofdstad van Noord Koerdistan. Van de 1000 gedelegeerden bestaat 40% uit gekozen functionarissen die verschillende posities binnen de instellingen van de regering innemen, terwijl de overige 60% uit het maatschappelijk middenveld komt:  leden van een van de volksvergaderingen, vertegenwoordigers van NGO’s of ongebonden individuen. Besluiten die in de vergadering worden genomen, worden in de stadsraad bekrachtigd door die leden die zitting hebben in beide organiserende lichamen.

Confederalism
Het confederatieve systeem komt ook duidelijk naar voren in de organisatorische structuur van de DTK. In The Meaning of Confederalism beschrijft Bookchin confederalism als “een netwerk van bestuurlijke raden met leden of gedelegeerden die gekozen worden in face-to-face democratische volksvergaderingen in de verschillende dorpen, steden en zelfs wijken van grote steden”. Deze omschrijving dekt de situatie op vele plaatsen in de Koerdische regio bijna perfect, zowel in Turkije als in Noord Syrië.

Een duidelijk voorbeeld is de situatie in Diyarbakir, waar de radenbeweging bijzonder goed gevestigd is. In het boek van J. Biehl, Democratic Autonomy in North Kurdistan wordt de situatie uitgelegd door leden van de Stadsraad van Amed (Koerdische naam voor Diyakabar):

Amed heeft 13 districten met elk een eigen raad en bestuurscommissie. Binnen een district zijn er wijken die wijkraden kennen; sommige districten wel acht wijkraden en sommige plaatsen hebben zelfs raden op straatniveau. In de nabij gelegen dorpen zijn er woongemeenschappen die verbonden zijn met de stadsraad. Dus is de macht dieper en dieper in de basis verankerd.”

Zoals Joost Jongerdan en Ahmet Akkaya schrijven in Confederalism and autonomy in Turkey: “de DTK is niet simpel een andere organisatie, maar onderdeel van de poging om een nieuw politiek paradigma te scheppen, gedefinieerd door de directe en voortdurende uitoefening van de macht door het volk via dorps- en  stadsraden”.

Het is belangrijk op te merken dat dit nieuwe paradigma niet alleen bepleit wordt door die initiatieven die buiten het geïnstitutionaliseerde politieke domein staan, maar ook door pro-Koerdische politieke partijen zoals de Democratische Gewestelijke Partij (DBP) en de Democratische Volkspartij (HDP). Het uiteindelijke doel is niet om Democratische Autonomie exclusief voor de Koerdische gewesten te vestigen, maar ook op het nationale niveau, zowel in Turkije als in Syrië.

Sociale ecologie
Bookchins theorie van sociale ecologie kenmerkt zich door de overtuiging, dat “we sociale relaties moeten herschikken, zodat de mensheid kan leven in een beschermend evenwicht met de natuurlijke wereld”. Een postkapitalistische maatschappij kan niet succesvol zijn,  tenzij die gecreëerd is in harmonie met het milieu.

Bookchin stelt dat “de meest fundamentele boodschap van de sociale ecologie het idee is dat de overheersing van de natuur zijn oorsprong vindt in de overheersing van de mens door de mens”. Sociale ecologie gaat verder dan de traditionele Marxistische en anarchistische visie op de organisatie van een niet-hiërarchische, egalitaire maatschappij. In deze visie wordt de noodzaak om een dreigende ecologische catastrofe af te wenden in het hart van de hedendaagse sociale strijd geplaatst.

Voor de Koerden, traditioneel een plattelandsvolk dat leeft van landbouw en veeteelt, is het in stand houden van het milieu even belangrijk als het creëren van een egalitaire maatschappij. Door de staat veroorzaakte vernietiging van het milieu in hun bergachtige thuislanden en op de vruchtbare Mesopotamische vlakte vindt dagelijks plaats.

Het meest in het oog springende voorbeeld is het GAP-project in Turkije, waarbij tientallen megadammen zijn gebouwd of gepland. Het project zou ontwikkeling in de regio in de vorm van werkgelegenheid op de bouwplaatsen, beter geïrrigeerde megaboerderijen die snelle gewassen voor de export produceren, daglonen voor de onteigende kleine boeren en een moderne infrastructuur voor energie via de bouw van verschillende hydro-elektrische krachtcentrales, moeten brengen.

Wat door de agenten van de staat wordt gezien als “ontwikkeling” wordt totaal anders ervaren door het volk die hun huizen en dorpen overstroomd zien, de vrij stromede rivieren tot handelswaren gemaakt, hun land onteigend en opgekocht door grote concerns en gebruikt voor productie van goederen op een industriële schaal die geen ander doel dient dan het verrijken van de eigenaren van de boerderijen in hun afgelegen villa’s. Deze grootschalige, zeer destructieve megaprojecten tonen de dringende behoefte aan lokale controle over het lokale milieu aan.

Maar, terwijl het ontworstelen van de natuurlijke omgeving aan de destructieve klauwen van de zich altijd opdringende kapitalistische krachten een directe confrontatie met de staat met zich mee brengt, betekent de opheffing van hiërarchie op interpersoonlijk niveau een cruciale eerste – en potentieel zelfs meer revolutionaire – stap. Aangezien, zoals Bookchin stelt, de overheersing van de natuur door mensen voortkomt uit de overheersing van de mensen van elkaar, is de oplossing gelegen in een soortgelijk traject.

In dit opzicht zijn de huidige emancipatorische projecten in de Koerdische samenleving een hoopvol teken. Hoewel in veel gevallen sociale relaties binnen Koerdische families en de samenleving nog geleid worden door eeuwenoude gewoontes en tradities, kunnen er al radicale veranderingen waargenomen worden. Zoals een activist van de Amed Vrouwenacademie het verwoordt in een interview met Tatort Koerdistan:

“Koerdische families staan nog niet echt open voor het nieuwe stelsel, Democratische Autonomie. Zij hebben het nog niet geïnternaliseerd. Wij, de activisten hebben het veel meer geïnternaliseerd en het is onze verantwoordelijkheid verandering te brengen, de ideeën van Democratische Autonomie over te brengen op families, al gaat dat met kleine stappen. We kunnen beginnen met er thuis over te praten, zoals we dat daarbuiten doen. Als onze families zien hoe serieus we het opvatten, zal dat hen beïnvloeden. Natuurlijk zijn discussies vaak heel moeilijk. Deuren worden dichtgegooid, mensen schreeuwen. Maar veel volharding en discussie heeft een begin gemaakt met verandering in de families.”


Luister, leer en volg

De ontwikkelingen in Koerdistan - en in het bijzonder in Rojava, de Koerdische regio in Noord Syrië – heeft de radicale fantasie van activisten over de gehele wereld geprikkeld. De revolutie in Rojava is vergeleken met Barcelona in 1936 en de Zapatistas in Chiapas, Mexico. Radicaal links heeft, als iedereen, zijn eigen ideologie nodig en in deze zin dienen Rojava, Barcelona en Chiapas als hoopvolle geheugensteuntjes dat er een alternatief is; dat het mogelijk is om de maatschappij op een andere manier te organiseren.

Door deze gevallen echter op een voetstuk te plaatsen, als een baken van hoop in barre tijden, is onze steun voor deze gevechten vaak niet veel anders dan de steun die we tonen voor onze favoriete voetbalclub op de TV. De Zapatistas in de oerwouden van Chiapas en de Koerden op de Mesopotamische laagvlaktes komen een heel eind door alleen op hun eigen kracht en vastberadenheid te vertrouwen.  Hun relatieve isolement zorgde voor de ontwikkeling van hun radicale alternatieven, maar willen deze experimenten op langere termijn overleven dan hebben ze meer supporters en sympathisanten nodig.

“Het wereldomspannende kapitaal kan, juist vanwege zijn enorme omvang, alleen bij zijn wortels aangevreten worden”, schrijft Bookchin in Politics in the  Twenty-First Century”, in het bijzonder door verzet geworteld in  libertair gemeentelijk zelfbestuur vanuit de basis van de maatschappij. Het moet worden ondermijnd door vele miljoenen die, gemobiliseerd door een basisbeweging, de soevereiniteit van het wereldomspannende kapitaal over hun levens betwisten en proberen om lokale economische alternatieven voor zijn industriële activiteiten te ontwikkelen.”

Bookchin gelooft dat als ons ideaal een Commune van Communes is, het natuurlijke beginpunt op het lokale politieke niveau ligt, in een beweging en programma als de “compromisloze verdediging van volksbuurschap, stadsvergaderingen en de ontwikkeling van economie op gemeentelijke schaal”.

Uiteindelijk is de beste manier om de strijd van de Koerden, de Zapatistas en vele andere revolutionaire bewegingen en initiatieven die over de hele wereld opgekomen zijn te steunen, te luisteren naar hun verhalen, te leren van hun ervaringen en in hun voetstappen te treden.

Een confederatie van zichzelf organiserende gemeentes die de nationale, etnisch en religieuze grenzen overschrijdt, is het beste bolwerk tegen de altijd oprukkende imperialistische machten en kapitalistische krachten. In de strijd om dit doel te bereiken zijn er ergere voorbeelden om te volgen dan de ideeën van Murray Bookchin en de praktijk van libertair gemeentelijk zelfbestuur.