ATHENE Webtijdschrift voor directe democratie > ARCHIEF > De New England Town Meeting
  augustus 2011 [12]



EEN KORTE GESCHIEDENIS VAN HET ONTSTAAN VAN DE TOWN MEETING IN NEW ENGLAND: een evolutionair proces?


Door Joop Sporken


De auteur studeerde af (2006) in de geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij schreef een scriptie over het christendom ten tijde van keizer Valerianus (253- 260 n. Chr.) en is momenteel leraar geschiedenis en maatschappijleer aan een Gymnasium. Hij schreef eerder het artikel, 'Het ontstaan van parlementen' voor ATHENE.

In dit artikel probeer ik de ontstaansgeschiedenis te beschrijven van de Town Meetings in de Noord Oosthoek van de Verenigde Staten in de Staten: Connecticut, Maine, New Hampshire, Rhode Island, Vermont en Massachusetts. Je mag hier spreken van een vorm van 'Volksvergadering-democratie' , zoals we die ook kennen uit het klassieke Athene, Baskenland (in de Middeleeuwen) en tot op de dag van vandaag de Landsgemeinde in Zwitserland.


De Folkmoots

Om te begrijpen hoe de Town Meeting in Nieuw-Engeland ontstaan is, moeten we naar de wortels ervan; deze liggen waarschijnlijk niet in de Verenigde Staten maar in Engeland. Er bestaan drie theorieën die het ontstaan ervan proberen te verklaren:

1. De meest plausibele theorie beweert dat de Amerikaanse Town Meeting zich geleidelijk (evolutionair) uit een Engelse Town Meeting zou hebben ontwikkeld, waarbij ze zich heeft aangepast aan de plaatselijke situatie. [J. F. Zimmerman, The New England Town Meeting. Democracy in action, London 1999, p. 23]

2. Een andere theorie (van Herbert B. Adams) beweert dat de eerste principes van de Town Meeting in Duitsland gezocht moeten worden. Duitse boeren zouden als eersten een systeem van Town Meetings, Tuns hebben opgezet. Hoe dit idee vervolgens in Engeland terecht is gekomen wordt niet geheel duidelijk. Overeenkomsten tussen de Town meetings en de Tuns zijn er, deze berusten echter eerder op toeval dan op een evolutionair proces. [Zimmerman, p. 24 en A. Worcester, "The Origin of the New England Town Meeting" in Waltham Historical Society 1925]

3. Een derde theorie gaat ervan uit dat de Town Meeting spontaan is ontstaan in New England. Deze theorie is echter moeilijk te bewijzen. Zij negeert de lijnen naar Europa en kan kennelijk geen specifieke omstandigheden in New England vinden. [Zimmerman, p. 24]

De eerste theorie is het best gefundeerd, omdat de kolonisatie van Massachusetts begonnen is vanuit Engeland. In Engeland lag al een lange traditie van deelname van burgers aan het bestuur. [R.F. Nichols & J.P. Nichols, A short history of American Democracy (New York 1943) p. 54] Deze deelname van burgers wordt Folkmoot genoemd, Oud Engels voor "a meeting of the people". De Folkmoots waren informele bijeenkomsten van vrije mannen. Deze mannen moesten lid zijn van een toegestane kerk. Alle zaken die het welzijn van de stad aangingen, werden in de Folkmoot bediscussieerd en tevens werden er beslissingen over genomen. Degenen die de bijeenkomsten bijwoonden hadden geen speciale taken. In dit allereerste begin werden er geen mensen gekozen, alles was nog informeel.

Het is moeilijk iets in het algemeen te zeggen over de Folkmoots; wel kan worden gezegd wat de Folkmoots niet waren: Het waren geen permanente organisaties, de bijeenkomsten waren niet periodiek en de degenen die de bijeenkomsten bijwoonden, hadden geen speciale taken. De enige overeenkomst met een specifiek kenmerk van de Town Meetings in de jaren '20 van de 17de eeuw was dat ze moesten worden bijgewoond door alle volwassen vrije mannen van een stad en dat zij als kleinschalige organen zowel de wetgevende als de uitvoerende macht hadden. [Zimmerman, p. 19] Hierbij moet worden aangetekend dat alleen de vrije mannen die lid waren van een erkende kerk in de Town Meetings stemrecht genoten.

De idee van de Folkmoot werd, naast de voorraad van goederen, meegenomen door de Britse vloot naar de kolonies. Nichols en Nichols zien hier een groot verschil met andere koloni-serende Europese landen zoals Spanje en Frankrijk die hun kolonies volgens het middeleeuwse principe van feodaliteit inrichtten. De bestuursvormen in Republiek der Zeven Verenigde Provinciën waren nog autocratischer dan die in Spanje en Frankrijk. [Nichols & Nichols, p. 54]


Pilgrims en Puriteinen

De Engelse kolonisten, die verschillende staten in New England hebben gesticht, bestonden voornamelijk uit Puriteinen, niet te verwarren met Pilgrims (zoals in enkele publicaties wordt gedaan). In het algemeen hadden de Puriteinen zich, van de buitenkant gezien, georganiseerd als een exclusieve gemeenschap. De migratie naar de Verenigde Staten heeft bijgedragen aan hun streven naar separatisme. De Puriteinen waren een welvarende groep in Engeland. Zij hadden geprobeerd in Engeland de politiek te veranderen, maar waren tot het inzicht gekomen dat dit weinig kans van slagen had en besloten zich daarom te vestigen in Amerika. De Puriteinen namen een uitgebalanceerd plan mee naar Massachusetts dat uitging van een ideale maatschappij en dat een groots concept voor de toekomst inhield. Dit concept omvatte politieke en economische instituties, die geleend waren van Engeland en aangepast aan de vereisten van Massachusetts. [Zimmerman, p. 17]

Eenmaal aangekomen in de Nieuwe Wereld bloeiden de ideeën over zelfbestuur onder de Puriteinen op. De plannen van Londen kwamen hier niet aan tegemoet, de kolonies moesten met strakke hand vanuit Londen bestuurd worden. De omstandigheden in de kolonies maakten dat dit praktisch niet haalbaar was: Een antwoord op een brief uit de kolonies deed er in het meest gunstige geval zes maanden over! Inzake problemen die om directe actie vroegen, was het noodzakelijk dat de kolonie zelf beslissingen kon nemen, in die zin werd zelfbestuur onvermijdelijk. De weg hiernaartoe was echter niet gemakkelijk; zoals gesteld wilde Londen hier niet aan. Samenwerking met het thuisland was noodzakelijk om uiteindelijk stap voor stap meer zelfstandigheid te kunnen verkrijgen. Om deze stappen beter te kunnen begrijpen, is het nodig om kort in te gaan op de staatsrechtelijke status van de kolonies.


Civil Body Politic

Koning James I had in 1606 twee vennootschappen opgericht, de London Company en de Plymouth Company. Het gros van de mensen in de door deze twee vennootschappen ge-stichte kolonies zou als, door de Company, ingehuurde knechten geen politieke rechten bezitten. De animo om te emigreren nam mede hierdoor af. Om dit tegen te gaan, werden in 1619 nieuwe regels inzake zelfbestuur ingevoerd. Representanten van de kolonisten kregen invloed op de wetgeving, de kolonie Virginia kreeg als eerste politieke verantwoordelijkheid. Wel was het de bedoeling van koning James I dat Virginia via de London Company verant-woording aan hem zou afleggen. Er moest een vergadering komen die strikt de periodieke orders uit Londen zou uitvoeren.

In 1620 vestigden de Pilgrims de Plymouth Colony. De Pilgrims hebben van 1609 tot 1620 in Leiden gewoond, gevlucht uit Engeland voor religieuze vervolging. Uit onvrede over de, in hun ogen, te vrijzinnige reeds bestaande Engelse gemeenschap besloot men naar de Nieuwe Wereld te vertrekken. Het waren boeren en ambachtslieden uit de lagere en middenklasse van Engeland. Deze Pilgrims waren de stichters van de Plymouth Colony en kwamen voor het eerst in de Nieuwe Wereld aan in 1620. Zij vormden een religieuze confederatie die in hoge mate gewend was aan zelfbestuur en op hun reis naar Amerika vormden de Pilgrims een Civil Body Politic (politieke gemeenschap van burgers), die ze vastlegden in het Mayflower Compact, genoemd naar het schip, de 'Mayflower' dat hen naar de nieuwe wereld voer. Hierin kwamen ze overeen om een zichzelf besturende gemeenschap te vormen die rechtvaardige wetten zou maken die voor iedereen gelijkelijk zouden gelden. [Nichols & Nichols, p. 55] Dit Compact wordt gezien als het begin van de democratie in Amerika; deze democratie kan met recht een directe democratie genoemd worden. De Mayflower Compact regelde in grove lijnen het bestuur in de Plymouth Colony. Het kreeg pas de status van een grondwet, toen de Plymouth Colony samenging met de Massachusetts Bay Colony in 1692. [Zimmerman, p. 16] De basis voor de inrichting van het bestuur was gelegd. In het Compact werd echter niet specifiek ingegaan op het bestuur van steden.

Tegelijkertijd met de vestiging van de Plymouth Company door de Pilgrims in 1620, werd de London Company onderdeel van de Virginia Company. Toen James I in 1625 Virginia tot kroonbezit maakte bleef het representatieve systeem intact. [Nichols & Nichols, p. 55] De Plymouth Company werd voortgezet in de Plymouth Council for New England. Een deel van het gebied van de Plymouth Council werd door Charles I, de opvolger van James I, gegeven aan de in 1628 gestarte Massachusetts Bay Colony. Dit was de corporatie van de Puriteinen. Een belangrijk pleitbezorger van de puriteinse zaak in de Nieuwe Wereld, John White, zag in dat het geven van stukken land aan verschillende vennootschappen problemen zou kunnen opleveren. De verschillende vennootschappen hadden ieder hun eigen belang, en zeker niet iedere vennootschap had het puritanisme als belangrijkste uitgangspunt. White drong bij Charles I aan op een Royal Charter, zodat de puriteinse zaak degelijk verankerd zou kunnen worden. Op 4 maart 1628 bekrachtigde Charles I de koninklijke wet van de Massachusetts Bay Colony. Hiermee werd Massachusetts van een losse verzameling van instellingen tot een wettelijk erkende entiteit.


De General Court

Er kwam een General Court die het recht had mensen aan te stellen in overheidstakendien-sten en die wetten mocht maken voor de kolonie. Echter, de aandelen van de Massachusetts Bay Colony dreigden in handen te vallen van mensen in Engeland die niet de nobele doelen van de puriteinen onderschreven. Om dit te voorkomen kochten John Winthrop en anderen de aandelen op van degenen die in Engeland wensten te blijven. Op 22 mei 1629 werd de vraag om de regering naar New England te verhuizen voor de eerste keer gesteld door John Winthrop. Op 29 augustus 1629 werd dit voorstel aangenomen door de mannen die bevoegd waren te stemmen. Uniek aan deze constructie was, dat de Massachusetts Bay Colony de enige Engelse kolonie werd die het recht had zijn General Court te beleggen buiten Engeland. Dit vergrootte de onafhankelijkheid van het Puriteinse gebied van Engeland, het toezicht door de koning, de aartsbisschop en de Anglicaanse kerk. De General Court bepaalde namelijk tijdens zijn 3e bijeenkomst op 19 oktober 1630 dat vrije mannen vertegenwoordigers mochten kiezen die op hun beurt het recht hadden om uit hun midden een gouverneur en een plaatsvervangend gouverneur (deputy) te kiezen. Samen met de vertegenwoordigers had deze gouverneur de macht om wetten te bekrachtigen en mocht hij ambtenaren aanstellen om de wetten uit te voeren. [Zimmerman, p. 18] De Stuarts hebben later enkele pogingen gedaan dit terug te draaien. De meest ambitieuze poging kwam van koning James II in 1686 toen hij Massachusetts, New Hampshire, Plymouth, Connecticut en Rhode Island samenvoegde onder één gouverneur. Twee jaar later voegde hij New York en New Jersey ook bij deze groep onder de nieuwe georganiseerde Dominion of New England. Dit idee werd met zijn afzetting losgelaten. [Nichols & Nichols, p. 61] De Engelse koningen zagen met lede ogen dat de kolonies, vooral de Massachusetts Bay Colony, steeds meer rechten opeisten.


De Town Meeting

Het ontstaan van de Town Meetings is voor een belangrijk deel terug te voeren op de situatie waarin de kolonisten verkeerden. Iedere groep had zijn eigen redenen, hetzij economisch, hetzij religieus, om te emigreren. In New-England bestond de bevolking voornamelijk uit stadsmensen, dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld Virginia. De meesten van deze stadsmensen waren en masse, als complete kerkgemeenten geëmigreerd. Het was een 'natuurlijk proces' dat de stads- en kerkorganisatie, zoals men die kende uit het moederland, werd overgenomen in de Nieuwe Wereld. Deze mensen waren vanuit hun moederland al generaties lang gewend zichzelf te besturen [Nichols & Nichols, p. 56], zoals we hebben gezien bij de fenomenen van de Folkmoot en de Civil Body Politic van de Pilgrims.

Anderzijds heeft de succesvolle politieke strijd van de kolonisten om een bestuur onafhankellijk van het moederland in te richten ertoe bijgedragen dat zich ook op het niveau van de lokale gemeenschap autonome vormen van directe democratie konden ontwikkelen. Het zou te ver gaan om te stellen dat iedere gemeenschap een onafhankelijk staatje was. De Engelse koningen grepen namelijk steeds in, omdat ze vonden dat de aanspraken van de kolonisten op autonomie in hun ogen te ver gingen. Dit zorgde voor een voortdurende strijd tussen koning en kolonisten, die uiteindelijk pas door oorlog beslecht kon worden.