ATHENE Webtijdschrift voor directe democratie > ARCHIEF > Directe Democratie in Zwitserland
  december 2004 [6]



DE ZWITSERSE DIRECTE DEMOCRATIE
Ervaringen en inzichten uit Zwitserland ter aanmoediging van de directe democratie in de toekomst

 

 

door Andreas Gross

 

De schrijver (geb. 1952 in Kobe, Japan), woont sinds 1972 in Zürich, is politicoloog en leider van het wetenschappelijk instituut voor Direkte Demokratie (WIDD) in St. Ursanne/Zürich. Hij is medeoprichter van de GSoA (groep voor een Zwitserland zonder leger) en de Europese Democrateringsbeweging Eurotopia, zat in de Gemeenteraad van Zürich (1986-1991)en in het federale Zwitserse parlement sinds 1991 en is lid van de  Raad van Europa sinds 1995 (vanaf 2001 als Vice-President). Sinds 1992 is hij docent voor Directe Democratie in Marburg, Trier (1994-1995) en Speyer.

 

 

Dit artikel verscheen in Hermann K. Heussner en Otmar Jung (red.) Mehr direkte Demokratie wagen. Volksbegehren und Volksentscheid: Geschichte – Praxis – Vorsläge, Olzog, München, 1999, pp 87-100 en werd vertaald door Ronald de Vries.

 

 

Inleiding

 

Ik zou het begrip Directe democratie als vaste uitdrukking willen gebruiken en daarom het bijvoeglijk naamwoord met een hoofdletter schrijven. Daarmee wil ik het geheel van referenda, petities, volksinitiatieven en volksstemmingen aanduiden, waarmee burgeressen en burgers op eigen initiatief en volgens hun in de grondwet verankerd recht ook tussen de verkiezingen hun politieke soevereiniteit tot uitdrukking te brengen en zo het vertegenwoordigend stelsel aanvullen. Wanneer ik de zo opgevatte Directe democratie ook op deze wijze schrijf, pleit ik bewust en beslist tegen de in Duitsland helaas al te verbreide gelijkstelling met plebiscieten of zelfs, alsof dat überhaupt zou kunnen bestaan, met plebiscitaire democratie. Daaronder worden buiten Duitsland autocratische door presidenten en/of regeringen uitgeschreven volksraadplegingen met een vaak suggestieve vraagstelling verstaan. Zij vormen echter geen bijdrage aan de democratisering van de democratie, zoals de directe democratie die nastreeft. Zij dienen er meer toe om een in de regel autoritair politiek regime een bijzondere legitimiteit te verschaffen. Wanneer in de taal echter voor het juiste de historisch belaste, feitelijk onjuiste en tot vele misverstanden aanleiding gevende uitdrukking gebruikt wordt, dan heeft het juiste het nog moeilijker als het juiste herkend te worden en zich ook politiek door te zetten. In zulke gevallen is het daarom de moeite waard om ook op het niveau van de taal voor het juiste begrip te strijden.

 

Zwitserland wordt steeds weer als het moederland van de directe democratie beschouwd. In vele opzichten, vaak ten onrechte en met allerlei soms ook verkeerde gevolgtrekkingen wat betreft de politieke wenselijkheid van de Directe democratie. Sommigen menen dat Directe democratie een Zwitserse verworvenheid is, terwijl anderen haar herleiden tot een klassiek fenomeen. Weer anderen denken bij Directe democratie in Zwitserland aan met speren uitgeruste krijgsmannen die zich op het dorpsplein verzamelen en halen hun neus op. Terecht wat het ontbreken van het stemgeheim betreft en onterecht wat de verbreiding van de Volksvergadering-democratie betreft. Want in Zwitserland bestaat deze vorm van Volksvergadering-democratie (de zogenaamde Landsgemeinde) op kantonaal niveau slechts nog in de kantons Glarus en Appenzell-Innerhoden. In de beide Oerkantons Nid- en Oberwalden werden de Landsgemeinden in 1998 en 1999 afgeschaft en door Volksbeslissingen via de stembus vervangen.

 

In een Duits verzamelwerk over Directe democratie vinden we een verhelderende uitleg over Zwitserland. Gezien de beperkte ruimte moet ik me hier tot de hoofdzaken beperken. Uiteindelijk wordt de Directe democratie in Zwitserland al sinds 130 jaar op alle 3 niveaus van de tot op heden buitengewoon federalistische staat[1] in de praktijk gebracht. Dit resulteert in de federatie, in de 20 volledige en 6 halfkantons en ook in enige duizende grote gemeentes met uitgebouwde initiatief- en referendumsystemen samen jaarlijks in meer dan 200 eedgenootschappelijke, kantonale en communale volksstemmingen. Daaraan nemen de ongeveer 4 miljoen stem- en kiesgerechtigde Zwitserse vrouwen en mannen vanzelfsprekend in verschillende mate – al naar gelang hun politieke cultuur in de verschillende regio’s – deel.

 

Met het oog op dit brede terrein kan ik hier slechts accenten leggen en zelfs daarbinnen moet ik keuzes maken. Zo wordt de levendige transatlantische driehoeksverhouding tussen de Verenigde Staten, Frankrijk en Zwitserland van 1650 tot 1914 die het begrip van de Directe democratie schiep en die aan de basis van de meeste vormen staat slechts in het kort geschetst. Ook op de toenmalige elitaire zelfopvatting van de net zo revolutionairen toen in Europa uniek succesvolle liberale burgerij van Zwitserland van 1830 tot 1850 waartegen de Democratische beweging uit de 1860er en 1870er jaren de Directe democratie moest bevechten en uiteindelijk tot en met het einde van de 19e eeuw federatiebreed door kon zetten, evenals op de hervormingsdebatten van de laatste jaren kan ik helaas niet nader ingaan.

 

 

Over de geschiedenis van de Directe democratie

 

Twee van de drie belangrijkste elementen van de Directe democratie zijn niet van Zwitserse oorsprong. Het referendum over de grondwet is een kind van de New England-staten uit de 17e en 18e eeuw: de eerste moderne grondwet die direct door het volk bekrachtigd werd was de Fundamental Orders of Connecticut in 1639. In de tweede helft van de 18e eeuw volgden Massachussetts en New-Hampshire evenals in het revolutionaire Frankrijk de Montagnard-grondwet van 24 juni 1793 die voor het eerst in een raadgevend referendum voorzag. Zwitserland, nauwkeuriger gezegd de republiek Helvetië volgde met het eerste nationale referendum over de grondwet in 1802, waarbij de Helvetische grondwet slechts werd aangenomen, omdat men de 167.172 niet-stemmers bij de 72.453 ja-stemmers optelde, zodat de 92.423 nee-stemmers in aantal overtroffen werden.

 

De grondwetten van de genoemde oudste federatieve staten in de Verenigde Staten zagen hun herziening ook middels een referendum geschieden evenals de revolutionaire Franse grondwet van februari 1793 welke op doorslaggevende wijze door wiskundige, pedagoog en democratisch revolutionair Condorcet werd beïnvloed. Condorcet komt ook de eer toe om als eerste in “zijn” grondwet van 1793 het grondwets- en wetsinitiatief te hebben verankerd.

 

 

De Democratische beweging

 

Zowel in Zwitserland (vanaf 1860) als in de Verenigde Staten moesten de direct-democratische rechten door volksbewegingen die zich in de parlementen te weinig vertegenwoordigd voelden, bevochten worden. De Directe democratie was dus een gevolg van de crisis van de parlementaire democratie. De strijd rechtte zich tegen de elitaire opvatting van democratie van de leidende liberale politici uit de 19e eeuw, zoals bijvoorbeeld de bankier, president van een spoorwegmaatschappij en parlementariër Alfred Escher. Tot de dragers van de oppositionele volksbewegingen in de kantons behoorden vooral boeren, handwerkslieden, arbeiders en intellectuelen waarvan de belangen in het parlement verwaarloosd werden.

 

In het jaar 1848 werden in de eerste door de liberalen geformuleerde grondwet in Zwitserland het bindend referendum over de grondwet evenals de mogelijkheid van een totale herziening van de federale grondwet verankerd. Hiervoor waren de handtekeningen van 20% van de stemgerechtigden nodig.

 

Net zoals in de federatie heerste ook in het kanton Zürich in de eerste jaren na 1848 vooral de Liberale Partij. Zij bouwde een “systeem” op, zoals dat werd genoemd, dat zich kenmerkte door een sterke (belangen)verstrengeling en machtsconcentratie van de bevoorrechten. Daartegen formeerde zich vanaf 1867-1869 de Democratische Beweging, een brede oppositionele volksbeweging die een herziening van de grondwet en invoering van meer rechten voor het volk en talrijke sociale hervormingen eiste. Friedrich Albert Lange (1828-1875) die in het Rijnland als democraat mislukte, maar die als redacteur bij de Winterthurer Landboten een van de leidende ideologen van de Democratische Beweging en ook een van de eerste theoretici van de Directe democratie, later als neokantiaan ook korte tijd hoogleraar in Marburg was, becommentarieerde op 20 april 1869 in de Landboten de nieuwe kantonale grondwet van Zürich. Deze werd als eerste – veroorzaakt door een cholera-epidemie in Zürich – in 1869 in direct-democratische zin hervormd. Lange schreef op 20 april 1869 over de betekenis en het tot stand komen van de kantonale grondwet van Zürich in de Landboten:

 

Zij moet “tot de belangrijkste regelingen op het gebied van de nieuwere staatsinrichtingen gerekend worden. Zij is één woord de eerste consequente poging om het idee van de zuivere volksmacht op een met de moderne culturele verhoudingen overeenkomende manier in te voeren en de eerwaardige maar logge (….) Landsgemeinde door een systeem te vervangen waarvan de hoeksteen de stembus in de gemeenten is (….)

Een bijzonder diepe ontstemming over het bot aan de dag tredende tekort van het vertegenwoordigend stelsel, een grote mate van politiek zelfbewustzijn in het volk, het fundament van een uitstekende volkschool, de oorsprong en de veelbelovende brokstukken van het nieuwe stelsel [….] – dat alles moest bij elkaar komen.”

 

“Zürich” betekende zowel bekroning als het begin van verdere herzieningen van de grondwetten in andere kantons die uiteindelijk ook tot invoering van het raadgevend referendum in de geheel herziene federale grondwet van 1874 leidde.

 

De tweede direct-democratische eis van de Democratische Beweging om via een volksinitiatief nieuwe thema’s in te kunnen brengen, in plaats van slechts te reageren werd vooralsnog op het niveau van de federatie wegens federalistische beperkingen niet overwogen. In 1891 werd het initiatiefrecht echter toch opgenomen in de Zwitserse grondwet, maar bleef tot vandaag toe beperkt tot verandereingen in de grondwet.

 

 

De Directe democratie in Zwitserland: data en ervaringen

 

De praktijk van de Directe democratie was zeer veelsoortig. Ze heeft ook het Zwitserse regeringssysteem beslissend en duurzaam veranderd, waarop hier niet kan worden ingegaan. In de 80er jaren vonden jaarlijks gemiddeld twee tot drie bindende referenda over de grondwet plaats; ongeveer 70% van de voorstellen werd aangenomen. Daarbij kwam ongeveer één raadgevend referendum; hiervan bedroeg het succespercentage 50%. Met een raadgevend referendum dreigen niet zelden groepen om hun onderhandelingsmacht in het wetgevingsproces te vergroten; zij bereiken daarmee een vroegtijdige integratie in het politieke proces. In de 90er jaren werd het referendum ook door kleinere en progressieve groepen meer benut.

 

Sinds 1891 tot heden (1 juni 1999) werden in Zwitserland 245 volksinitiatieven gelanceerd en ingediend. Daarvan hebben 128 (52%) het tot een stemming gebracht; ongeveer een derde werd in de loop van de parlementaire discussies teruggetrokken, 22 lopen er nog. Slechts 12 initiatieven waren succesvol, dat wil zeggen vonden een meerderheid onder het volk en de kantons. Daarmee bedraagt de absolute succesratio ongeveer 10%.

 

Het relatieve succes van een volksinitiatief laat zich niet slechts aan het stemresultaat afmeten. De indirecte gevolgen van een volksinitiatief worden daarmee nog niet voldoende recht gedaan. Wie initiatieven vraagt, bronnen onderzoekt en het politieke veld analyseert wordt duidelijk dat ongeveer de helft van alle initiatiefnemers van volksinitiatieven van mening zijn dat ze met hun direct-democratische betrokkenheid iets bereikt hebben wat de moeite wel waard was en zonder gebruik van de volksrechten niet bereikt had kunnen worden.

 

Een evaluatie van de data van alle 200 volksinitiatieven tot 1994 toont wat de spreiding in de tijd betreft, dat de Deirecte democratie sinds 1979 een enorme vlucht heeft genomen en in de laatste jaren vaker dan ooit gebruikt werd. Van 1978 tot 1998 zijn er drie keer zoveel volksinitiatieven op touw gezet en ingediend als in de 80 jaar ervoor!

 

De volksinitiatieven zijn met een seismograaf vergelijkbaar, die laat zien hoe het met de politieke bodem gesteld is: in de 20er en 30er jaren werden de initiatiefdebatten, als gevolg van de sociale en economische crises, beheerst door voorstellen aangaande sociale en economische hervormingen. Na 1945 illustreerden de thema’s van de volksinitiatieven de sociaalpolitieke achterstand. In het begin der 70er jaren zag je als in een spiegel de opkomende vreemdelingvijandige tendensen van de maatschappij, ietwat later de toenemende gevoeligheid van de Zwitserse bevolking voor het milieu. Sommige thema’s zijn dank zij een volksinitiatief vroeger, breder en diepgaander bediscussieerd als in een zuiver parlementair systeem mogelijk was geweest. Vandaag de dag dankt Zwitserland haar pionierswerk op het terrein van milieu, verkeerspolitiek, economische politiek en politiek inzake verdovende middelen duidelijk aan haar volksrechten.

 

Niet alleen kwalitatief en kwantitatief spiegelen de volksinitiatieven thema’s en spanningen van de tijd. Ook de verantwoordelijkheden veranderden: werden de eerste 100 volksinitiatieven vooral door partijen en Initiatiefcomités gelanceerd, na 1970 werden die overgenomen door grotere en kleinere organisaties als ook echte volksbewegingen deze rol. En domineerden in de eerste 40 jaar van de geschiedenis van de Zwitserse volksinitiatieven door progressieve en burgerlijke krachten gelijkelijk na de oorlog en vooral vanaf 1968 duidelijk linkse en groene hervormers het toneel. Zij willen niet alleen zaken veranderen, maar het volksinitiatief beantwoordt ook aan hun mensbeeld en de hervormingsmethoden die daaruit voortvloeien: mensen moeten de hervormingen dragen als ze gerealiseerd moeten worden en dan loont het de moeite om zo mogelijk vroeg en op het juiste moment overredingsarbeid te verrichten. Een vruchtbaarder middel dan het volksinitiatief zal zich voor hen in de komende jaren nauwelijks aanbieden. Van oudsher hebben echter ook nationale en nationaal-conservatieve groepen, partijen en bewegingen van de volksrechten – thans opnieuw in gelijke mate door referenda en volksinitiatieven – gebruik gemaakt.

 

In 1998 en de eerste helft van 1999 kwamen in Zwitserland 6 initiatieven tot een stemming. Zij zijn illustratief voor de grote variëteit aan thema’s binnen de Directe democratie. Alle initiatieven werden verworpen. De opkomst lag tussen de 37 en 51,2%.

 

datum

Thema van het initiatief

neestemmers

 

07.06.1998

“Voor de bescherming van het leven tegen genmanipulatie” (genbeschermingsinitatief)

 

66,6%

 

07.06.1998

“Zwitserland zonder geheime politie” (burgerrechten-initiatief)

 

75,1%

 

27.09.1998

“Voor goedkope voedingsmiddelen en ecologische boerderijen” (initiatief van de kleine boeren)

 

77,0%

 

27.09.1998

“Voor de 10.AHV-herziening zonder verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd” (vakbondsinitiatief)

 

58,5%

 

29.11.1998

“Voor een verstandige politiek t.a.v. drugs” (DroLeg-initiatief, legalisering van consumptie van alle verdovende middelen)

 

73,9%

 

07.02.1999

“Wooneigendom voor iedereen” (Verbond van huiseigenaren en burgerpolitici)

 

58,7%

 

 

Opkomstpercentages

Het gemiddelde opkomstpercentage bij volksbesluiten ligt net boven de 50% waarbij deze sterk van het thema afhangt en daarmee de gemiddelde opkomst bij verkiezingen echter sinds ongeveer 20 jaar overtreft. De grootste opkomst was 80%, toen in 1992 gestemd werd over de toetreding van Zwitserland tot de Europese Economische Gemeenschap werd gestemd en bijna 80% toen in 1989 over de afschaffing van het leger werd gestemd. Overigens hoeft een lage opkomst geen teken van vervreemding te zijn, het kan ook een uitdrukking van politieke wijsheid zijn. Vele Zwitsers gaan dan alleen maar naar de stembus wanneer ze menen goed geïnformeerd te zijn en ervan overtuigd zijn dat zich een betrouwbare opinie gevormd te hebben.

 

 

Gevolgen voor het Zwitserse regeringsstelsel

Directe democratie betekent voor het regeringsstelsel vooral, dat

·         de soevereiniteit in Zwitserland minder gedelegeerd en meer door de burgers zelfs uitgeoefend wordt.

·         de politiek daarom geen monopolie van de politici en de partijen is, de maatschappij zich duidelijker een politieke uitdrukking kan verschaffen en naar behoefte het “laatste woord” kan hebben. Daardoor is de afstand tussen regeerders en geregeerden kleiner.

·         er voor de handelende mensen in Zwitserland meer handelingsvrijheid bestond en bestaat, het politieke stelsel vaker en voor actieve burgers toegankelijk is. De civiele maatschappij wordt tegenover de staat en de autoriteiten versterkt. Daardoor hebben kleinere groeperingen, zoals bijvoorbeeld de ecologische boerenbond de kans om gehoord te worden.

·         belangengroepen en verenigingen vroegtijdig bij het wetgevingsproces betrokken raken om een wetsvoorstel “referendumklaar” te maken. Daardoor wordt Directe democratie een uiterst geschikt instrument om compromissen te bewerkstelligen.

·         Structuur, functie en profiel van de regering evenals de partijen veranderd zijn.

 

 

Bezwaren tegen de Directe democratie

 

Velen menen in Zwitserland de zogenaamde “conservatieve effecten” van de Directe democratie in het algemeen en de politieke benadeling van vrouwen in het bijzonder te kunnen bespeuren en met zulke verwijzingen de Directe democratie in de dubbele betekenis als afgedaan op de vuilnisbelt van de geschiedenis te kunnen gooien. Zij worden daarbij de dupe van twee fundamentele politieke dwalingen: de Directe democratie is immers in z’n geheel en over een langere periode gezien een politieke waarde op zichzelf en moet volgens mij ook dan verdedigd worden als zij niet altijd direct en op korte termijn de concrete resultaten oplevert die met de eigen politieke overtuigingen sporen. Bovendien functioneert de Directe democratie als een spiegel van de maatschappij. De Directe democratie is niet de oorzaak van de eigenaardigheden van de samenleving. Met en dankzij haar laten deze zich veel beter herkennen (en veranderen). En zoals de spiegel niet voor het gezicht, dat erin herkenbaar wordt, verantwoordelijk gehouden kan worden, heeft de Zwitserse samenleving zich in de 20e eeuw niet dankzij, maar ondanks de Directe democratie zo en niet anders ontwikkeld.

 

De veelvuldig beklaagde vertraging van beslissingen door de Directe democratie heeft ook voordelen. Als we ons realiseren dat tegenwoordig veel politieke vooruitgang nog slechts mogelijk is, wanneer mensen anders leren denken en zich collectief en individueel anders te gedragen, komt de Directe democratie structureel overeen met deze pretenties en is ondanks de vertraging zelfs efficiënter: een snelle beslissing die nauwelijks uitgevoerd wordt, is minder efficiënt als een die meer tijd vergt, maar waaraan meer mensen deelnemen en die daarom ook bereid en in staat zijn dit besluit uit te voeren. Traagheid is geen bezwaar tegen, maar een voorwaarde voor de democratie in het algemeen en moet de snellere economie afgedwongen worden. “De ontdekking van de traagheid” (O. Jung) zal bij een meer direct-democratische praxis ook in Duitsland plaatsvinden.

 

 

Prestaties van de Directe democratie

 

De volgende prestaties van de Directe democratie zijn in Zwitserland te constateren. Zij worden in Duitsland veelvuldig miskent:

 

1.      De heersende staatsmacht kan in Zwitserland door actieve burgers uitgedaagd worden om haar politiek openlijk te rechtvaardigen en in te gaan op alternatieven. Het verkrijgen van legitimatie betekent daarbij een communicatieve inspanning in de openbaarheid voor uitdager en uitgedaagde die allen en de zaak ten goede komt.

2.      Deze legitimatieproef kan op elk tijdstip en over elk thema altijd door actieve burgers opgeëist worden. Deze vindt plaats via een verzoek van weinigen aan allen en via de, door een bepaald aantal mensen gesteunde, eis om het besluit zelf te nemen. De geschiedenis van de Directe democratie  in Zwitserland laat zich dus lezen als honderdvoudige uitnodiging tot overredingsarbeid en discussie over de legitimatie van een nieuwe, ofwel ontlegitimatie van een oude politiek op een bepaald gebied. Het behoort tot de bijzonderheden en prestaties van de Directe democratie dat niemand in Zwitserland zich aan deze uitdaging kan onttrekken. In deze zin geeft macht in een Directe democratie niemand het dubieuze voorrecht niet te hoeven luisteren of leren.

3.      Direct-democratische discussies bevorderen het maatschappelijke, collectieve leren en de individuele evenals de collectieve sociale uitdrukkings- en handelingsvaardigheden.

4.      Deze discussies confronteren de deelnemers veelvuldig met de sociale problemen buiten hun eigen leefwereld en verbreden zo de ervaringshorizon en visies.

5.      De Directe democratie leeft van het individuele en collectieve uitdrukkingsvermogen. Ze bevordert dat tevens in de mate waarin de individuele en collectieve sprakeloosheid overwonnen wordt. Hoe vaker en hoe toegankelijker de openbaarheid georganiseerd wordt, hoe groter de democratisch potentieel wordt.

6.      Een prestatie van de Directe democratie bestaat daarin dat daardoor alle mensen beter geïnformeerd (moeten) worden. Machthebbers moeten burgers erbij betrekken en kunnen hen minder negeren.

7.      de Directe democratie is moderner dan de indirecte democratie, want zij is gedifferentieerder en participatiever. Zij vat de mensen meer op als subject en minder als object van de democratie en maakt zo meer vrijheid mogelijk.

8.      De Directe democratie is een van de wezenlijke integratie- en identificatiefactoren van de verschillende culturen en regio’s in Zwitserland.

9.      De Directe democratie draagt ertoe bij crises en conflictrisico’s te verminderen. Daaronder valt de crisis van de vervreemding van partijen en politici (in Duitsland onder de naam ontstemdheid over politici en partijenPolitiker-/Parteienverdrossenheit - bekend), maar ook de beperking van geweldsbereidheid en -potentieel.

 

 

Conclusie en perspectief

 

De direct-democratische rechten zijn in Zwitserland zeer populair. Zij vormen de basis van een politieke cultuur met een pretentieus democratie- en politiekopvatting dat niet alleen aan de interpretatie van Zwitserland bijdraagt, maar ook aan de Zwitsers een onmiskenbare politieke identiteit verleent. Hoe modern, toekomstgericht en aantrekkelijk de Directe democratie ook is voor vele Europeanen en voor de integratie van Europa en de democratisering van de EU is, zullen vele Zwitsers in de komende jaren merken.

 

Het positieve toekomstpotentieel van de Directe democratie, ook vanuit een Europees perspectief, wordt evenwel voor een deel tot op heden over het hoofd gezien in Zwitserland. Dat ligt waarschijnlijk aan het feit dat de Directe democratie die een oppositionele geschiedenis en basis heeft, lange tijd door het heersende wetenschapsbedrijf met scepsis onthaald en beoordeeld werd en een theorie van de Directe democratie eigenlijk ontbreekt. De betrokkenheid bij en het succes van de Directe Democratie in vele democratische kringen in Europa en ook in Duitsland zullen er echter toe bijdragen de Zwitsers de ogen te openen, hen bij de beoordeling van hun verworvenheden te helpen en hen aan te moedigen binnen Zwitserland en Europa de Directe democratie verder te ontwikkelen en te verdiepen. Ter versterking van de democratie en vanuit bezorgdheid dat vrijheid in de 21e eeuw niet tot vrijheid van de bevoorrechten ontaardt.

 

 

Overzicht van de regelingen in Zwitserland

 

 

Er zijn 3 stemmingsdagen per jaar waarop over voorstellen op alle drie politieke niveaus (gemeentelijk, kantonaal en federaal) besloten kan worden. Op het niveau van de federatie kent men:

 

Bindend referendum over de grondwet (sinds 1848)

Iedere verandering van de grondwet moet door het volk bekrachtigd worden Dit geldt ook voor bepaalde volkenrechtelijke verdragen. (sinds 1921 resp. 1977)

 

Raadgevend referendum over wetten (sinds 1874)

50.000 burgers (ca. 1,1% van de kiesgerechtigden) kunnen een volksbesluit over een door het parlement aangenomen wet aanvragen; de tijd om de benodigde handtekeningen te verzamelen is 100 dagen.

 

Volksinitiatief (sinds 1891)

100.000 burgers (ca. 2,2% van de kiesgerechtigden) kunnen een verandering of opheffing van een bepaald wetsartikel uit de federale grondwet aanvragen. (daarom ook grondwetsinitiatief genoemd) De tijd om handtekeningen te verzamelen bedraagt 18 maanden. Een alternatief voorstel door het parlement is mogelijk.

 

Voor een succesvol referendum is een meerderheid van de stemmers en bij herzieningen van de grondwet een meerderheid van de kantons (het zogenaamde Standemehr) vereist. Er gelden geen opkomst- en ja-stemmerspercentages.

 

Voor een stemming worden de voorstellen met voor- en tegenargumenten in een stemboekje opgenomen en aan alle huishoudens toegezonden.

 

Op kantonaal en gemeentelijk niveau zijn de volksrechten nog sterker uitgebouwd. Zo zijn bijvoorbeeld stemmingen over uitgaven die een bepaald bedrag overschrijden in meer dan de helft der kantons bindend. (algemeen financieel referendum). Ook bestaan er bijna overal Wetsinitiatieven.

 

 

Om verder te lezen

 

Aubert, Jean-Francois: Die Schweizerische Bundesversammlung von 1848 bis 1998, Basel/Frankfurt a. M., 1998

 

Auer, Andreas: (red.) ‘Le référendum constitutionel’ in: Die Ursprünge der schweizerischen Direkten Demokratie, Basel/Frankfurt

a. M. 1996, pp. 78-101

 

Gross, Andreas: Die Direkte Demokratie als Chance und Prozess. Die verkannten Seiten einer radikalen Errungenschaft, Zürich, in voorbereiding

 

Klöti, Ulrich & Knöpfel, Peter e.a. (red.): Handbuch der Schweizer Politik, Zürich, 1999

 

Kölz, Alfred: Neuere schweizerische Verfassungsgeschichte, Bern, 1992

 

Kriesi, Hanspeter: ‘Direkte Demokratie in der Schweiz’ in: Aus Politik und Zeitgeschichte B 23/91, pp. 44-54

 

Linder, Wolf: Schweizerische Demokratie. Institutionen - Prozesse - Perspektiven, Bern enz., 1999

 

Möckli, Silvano: Direkte Demokratie. Ein Vergleich der Einrichtungen und Verfahren in der Schweiz und Kalifornien, unter Berücksichti-

gung von Frankreich, ltalien, Dänemark, lrland, Österreich, Liechtenstein und Australien, (St. Galier Studien

zur Politikwissenschaft Bd. 16), Bern enz., 1994

 

Papadopoulos, Yannis: Démocratie directe, Paris, 1998

 

 

Noot


[1] De 3 niveaus van de staat: gemeenten, kantons en federatie geven elk ongeveer een derde van het geïnde belastinggelden uit, wat uniek in de wereld is. Tussen de federalistische staatsstructuur en haar Directe democratie - inclusief de veelheid van de zich in haar steeds naar de wisselende omstandigheden eenvoudiger, soms problematisch treffende culturele, religieuze en taalgroepen - bestaat dan ook historisch en actueel een nauwe samenhang, die niet mag worden onderschat.