REDACTIONEEL
In
deze aflevering staan we stil bij een uniek historisch experiment met directe
democratie in het Parijs tijdens de Franse Revolutie. Albert Soboul die als geen
ander deze gebeurtenissen in kaart heeft gebracht zegt daar treffend over:
"Door het hele proces van de burgerlijke revolutie speelt een sansculotten-revolutie heen die zich al spoedig vijandig tegenover de eerste opstelt, haar vaak openlijk uitdaagt, maar zich steeds volgens een eigen ritme beweegt en daarom niet met haar verwisseld mag worden." [Soboul, Die Dokumente der Pariser Sektionen von 1790 bis zum Jahre IV in: Walter Markov(ed.) Jakobiner und Sansculotten, Beiträge zur Geschichte der französischen Revolutionsregierung 1793-1794, Rütten & Loening, Berlijn, 1956, p. 136/137]
In
het openingsartikel, DE
SANS-CULOTTEN
EN HUN WIJKORGANEN IN REVOLUTIONAIR PARIJS
probeert Ronald de Vries een schets te geven van de ontwikkelingen
van het voorjaar 1789 tot het voorjaar 1795. Hoe de radicale bourgeoisie de wettelijke
verkiezingsvergaderingen omvormt tot discussievergaderingen
om petities op te stellen voor het nieuwgevormde parlement; hoe ze na een wettelijk
verbod op creatieve wijze weer opduiken in de gedaante van volksgenootschappen
en hoe de sans-culotten de 48 sections na een nieuwe wijkindeling maken
tot autonome politieke organen van het volk.
De wijken bereiken vanaf
de zomer van 1792 als het censuskierecht wordt afgeschaft een zeer grote mate
van soevereiniteit. Dit komt vooral tot uitdrukking in het recht om permanent
zittingen van hun wijkvergaderingen te houden, om zich te bewapen en dienst te
nemen in de wijkmilities, om allerlei uitvoerende commissies te benoemen, te bemannen
en te controleren. De sans-culotten gaan met wisselend succes ook de strijd aan
voor het bindend mandaat en het terugroeprecht van afgevaardigden in vertegenwoordigende
organen. Niet minder volhardend is het gevecht voor een referendum over alle door
het parlement opgestelde wetsvoorstellen.
Vanaf de herfst van 1793 gaat
het bergafwaarts: de grondwet
die het referendum waarborgde, wordt uitgesteld; de Commune wordt ondergeschikt
gemaakt aan de door de Jacobijnen beheerste
landelijke regering en in het voorjaar van 1794 worden
de wijkgenootschappen die de sans-culotten hadden opgericht, omdat men de wijkvergaderingen
had verboden om "permanent" bijeen
te komen, ontbonden. De zogenaamde opstanden van germinal en prairial (1 april
en 20 mei 1795) zijn te weinig doortastend om het tij te keren en de volksrevolutie
verloopt. Het zal tot 1871 duren voordat het Parijse volk weer een Commune van
de wijken in het leven roept.
In het tweede artikel van Morris Slavin JEAN
VARLET ALS VERDEDIGER VAN DIRECTE DEMOCRATIE wordt
een politieke levenschets gegeven van de
militante sans-culottenleider die een hartstochtelijke
voorvechter van directe democratie was. Slavin vertelt ons hoe hij hoe
hij alom
bekend raakt als volksredenaar in de tuin van het koninklijk paleis, steeds
aan wezig was bij de historische gebeurtenissen van de revolutie en soms aan het
hoofd stond van de
opstanden van het gewone volk.
We
lezen zich liet leiden door een grootse visie op nieuwe democratische instellingen
en praktijken; hoe hij als konsekwente Rouseauaan fel
strijdt voor het bindend mandaat en het terugroeprechtvan afgevaardigden en beambten;
hoe hij erop hamert dat de soevereiniteit van het volk alleen in wijkvergaderingen
en niet in het parlement kan liggen.
We vernemen hoe hij en zijn beweging
vleugellam gemaakt worden en hij voor de tweede maal in de gevangenis tercht komt
en uiteindelijk gedesillusioneerd van revolutionair tot aanhanger van Bonaparte
wordt. Slavin concludeert, dat Varlet zijn tijd niet mee had, maar dat zijn idealen
in de moderne tijd een grotere kans van realisatie hebben.
In
het derde artikel komt Jean Varlet zelf aan het woord middels zijn SCHETS
VOOR EEN BIJZONDER EN BINDEND MANDAAT
dat
hij in de herfst van 1792 schrijft aan de afgevaardigden in de Conventie en waarin
hij op indringende wijze de principes van de directe democratie verwoordt.
Hij pleit daarin voor directe verkiezing van afgevaardigden in wetgevende
organen met een bindend mandaat, die ten allen tijden afzetbaar en vervangbaar
zijn. Ook de belangrijkste uitvoerende ambtenaren moeten direct gekozen worden
en afzetbaar zijn als het volk dat wil. Wetsvoorstellen (behalve die uitzonderlijke
omstandigheden regelen) kunnen pas tot wet verheven worden als ze door een
meerderheid in de wijkvergaderingen, na een debat, goedgekeurd zijn, zo meent
hij.
In de bijdrage, JOHN
OSWALD: DE EERSTE THEORETICUS VAN DE DIRECTE DEMOCRATIE?
doet
Roger Jacobs verslag van zijn 'ontdekking'
van de Schotse theoreticus van de directe democratie John Oswald.
Deze
avontuurlijke en gedreven revolutionair die een actieve rol in de Franse Revolutie
speelde, schreef een opmerkelijk opstel, dat niet alleen een scherpe kritiek op
het parlementarisme - evenals Varlet in de lijn van Rousseau - , maar ook een
schets van een direct democratisch stelsel bevat.
In
dit (ook door Roger vertaalde) geschrift, DE
VOLKSREGERING OF OPRICHTINGSPLAN VOOR DE UNIVERSELE REPUBLIEK
ontwerpt Oswald,
na eerst fel uitgehaald te hebben naar het
vertegenwoordigend stelsel, een landelijke federale structuur.
Deze
is gebaseerd op districtsvergaderingen, een permanent referendum en een gekozen
parlement dat als een wetvoorbereidende Raad (zoals de Boulè in klassiek
Athene) moet functioneren. Ook besteedt hij aandacht aan het bestuurlijk (uitvoerend)
systeem op het niveau van wijken, districten en de natie met gekozen ambtenaren
en tenslotte verdedigt hij zijn opzet tegen mogelijke kritieken.
Tenslotte hebben we Morris
Slavins kritische boekbespreking, SIMON
SCHAMA'S KRONIEK VAN DE FRANSE REVOLUTIE
uit 1989 vertaald. Het boek werd in 2000 in het Nederlands herdrukt als Kroniek
van de Franse Revolutie en is de enige titel over de Franse Revolutie die
in onze taal nieuw op
dit moment leverbaar is.
Slavin bestrijdt Schama's these dat het ancien regime niet feodaal, maar
reeds burgerlijk was en dat de sociale problemen en niet de sociale structuur
aan de basis van de Revolutie stonden. Hij wijst hierbij op de talrijke tegenspraken
waartoe Schama gedwongen wordt bij zijn onderbouwing. Verder verwijt
Slavin Schama dat hij de gebeurtenissen zelden
vanuit het standpunt van de revolutionaren beschouwt en dat hij de rol van geweld
sterk overschat. Ook is hij er verbaasd over, dat Schama zoveel begrip kan opbrengen
voor de slachtoffers van de revolutie onder
de gematigden en zo weinig voor
de woordvoerders van de sans-culottes. Slavin haalt in dit
verband onder meer Schama's bewondering voor de moordenares van Marat aan.