ATHENE Webtijdschrift voor directe democratie > ARCHIEF > De Wijken van Parijs
  februari 2003 [3]




DE VOLKSREGERING,
OF OPRICHTINGSPLAN VOOR DE UNIVERSELE REPUBLIEK

door John Oswald


Van deze tekst bestaat een Engelse en een Franse versie.
De oorspronkelijke Franse versie: Le Gouvernement du Peuple ou Plan de constitution pour la République universelle verscheen bij  l'imprimerie des Révolutions de Paris in 1793. Deze tekst vermeldt op de titelpagina: vertaald uit het engels door John Oswald, Anglo-Fransman, commandant van het eerste bataljon piekeniers, in dienst van de Franse Republiek.

Roger Jacobs heeft bij deze vertaling gebruik gemaakt van heruitgegeven Franse tekst in de bundel: John Oswald, Le gouvernement du Peuple, Les Éditions de la Passion, Parijs, 1996, pp 50-63.




De mens is een wezen dat beschikt over een wil of, met andere woorden, het ligt in de natuur van de mens om zich te besturen volgens zijn wil; de wil van de mens is zijn wet. Vrij zijn, betekent leven volgens zijn wil; leven volgens de wil van een ander, betekent een slaaf te zijn: ook ziet men dat in alle primitieve talen de woorden vrijheid, wil en wet teruggaan naar dezelfde wortel. Volgens deze definitie omvat leven volgens zijn wil alle mensenrechten.

Nu is het zo, dat men slechts op basis van de mensenrechten of van de menselijke natuur een rechtvaardige regering kan vesti­gen. De hele kunst van het regeren komt dus neer op het vast­stellen en uitvoeren van de volkswil en het woord 'staatsregeling' zou niets anders mogen betekenen dan het ten alle tijden vaststellen en uitvoeren van de nationale wil.

Maar om de nationale wil vast te stellen is het noodzakelijk dat de natie samenkomt, dat zij beraadslaagt en dat zij be­slissingen neemt; want het is onmogelijk een nationaal streef­doel vast te stellen zonder dat de natie zich beraadt; en men kan zich niet beraden zonder samen te komen: een natie die nooit samenkomt, kan niet in staat van maat­schappelijkheid beschouwd worden, dat wil zeggen in staat van vereni­ging; een natie die zich nooit beraadt, kan ook niet willen; want de wil is een besluit van het verstand omtrent een welbe­grepen stel­ling; en een stelling kan slechts goed begrepen worden nadat ze werd bediscussieerd. Veronderstel, bijvoorbeeld, dat de Franse natie, twee of drie jaar geleden, bijeengeroepen was om, zonder beraadslaging, te beslissen of de koning recht zou hebben op het opschortend veto; het is heel waarschijnlijk dat de meerderheid, misleid door de onbekendheid met die barbaarse term en in de veronderstelling dat het om een even onbetekenend voorrecht zou gaan als het dragen van de kroon, de scepter en andere sieraden die met het koningsschap verbon­den zijn, dit privilege, zelfs zonder veel aarzeling, aan de koning zou hebben toegekend. In tegenstelling daarmee zou zij, indien ze via beraadslaging de zaak onderzocht had, er zich wel voor behoed hebben om haar wil te laten controleren en haar wijs­heid te laten dwarsbomen door een individu dat dik­wijls dom of gek is en bijna altijd - door de opvoeding die het gekregen heeft - de meest gevoelloze die er in het rijk rond­loopt. Deze opmerking is van toepassing op het koningsschap zelf en op alle andere misbruiken die het bestuur binnenslui­pen, omdat de natie opgehouden is met beraadslagen, wat steeds aan de basis ligt van revoluties die losbarsten als de natie zich opnieuw begint te beraden.

Maar een natie, zo zeggen de politici, kan zich slechts bera­den door middel van haar vertegenwoordigers; maar als de natie bij volmacht kan beraadslagen, dan kan zij even goed bij volmacht samenkomen en beslissen: waardoor de soevereiniteit van het volk, in laatste instantie, herleid wordt tot de 'vox et praeterea nihil', tot het recht om een stem uit te brengen en zichzelf meesters te geven; in dat geval vertoont de rege­ring veel gelijkenis met die schimmige toestanden waarmee dich­ters het verblijf van de gestorvenen in de Elyzese Vel­den uitbeelden en waar schaduwen zonder substantie onze blik mis­lei­den.

Ik geef toe dat ik mij nooit in het vertegenwoordigend systeem heb kunnen verdiepen zonder me te verbazen over de lichtgelo­vigheid, ik zou haast zeggen de stompzinnigheid, waarmee de menselijke geest de meest doorzichtige absurditeiten accep­teert. Als iemand serieus zou voorstellen dat de natie bij volmacht zou moeten pissen, dan zou men hem gek verklaren; en niette­genstaande dat is denken bij volmacht een voorstel dat men niet enkel zonder verbazing aanhoort, maar dat men ook nog volmondig beaamt.

De laagste functies van het dierlijke bestaan kunnen niet door de ene mens van de andere overgenomen worden; geldt dat dan niet evenzeer voor de meest verheven functies van het intel­lectuele bestaan? Alhoewel het voor ons even onmogelijk is te denken voor anderen, als wij kunnen liefhebben of eten en drinken voor anderen, blijft het toch een feit, dat de gewoon­te om de last van het denken over te dragen aan anderen ons onmerkbaar verleert om zelf te denken: en dat komt mooi tege­moet aan het liefdadige streefdoel van die heren die ons de moeite van het denken willen besparen. En hier dringen we door tot in het grote geheim van de vertegenwoordiging.

Kortom, de vertegenwoordiging is de sluier van schone schijn die het ontstaan van allerlei soorten despotismen en politiek geknoei aan het oog onttrekt. Eén enkele persoon, één enkele klasse van mensen heeft nooit voldoende autoriteit om de opinie te over­heersen en zijn medeburgers aan zich te onder­werpen: daarom hebben politieke bedriegers steeds beweerd vertegenwoordigers te zijn van één of andere autoriteit om hun doelstel­lin­gen door te kunnen zetten. De ene doet zijn domme toehoorders geloven dat hij gezonden werd door de maan; een andere die zich voordoet als de vertegenwoordiger van de zon verblindt zijn zwakke medeburgers zodanig, dat zij helemaal niet meer kunnen zien. Mozes, in zijn hoedanigheid van verte­genwoordiger van een monster dat half god half duivel is, laat de slaven van Egypte woestijnen doorkruisen; en de moderne hogepriester van Rome, als luitenant van een arme, hersenloze visser uit Jeruzalem die al eeuwen geleden gestor­ven is, stuurt de zielen van de overledenen naar de hel of naar de hemel, naargelang het hem uitkomt.

Maar van alle bedrog in deze categorie is het voorwendsel om het volk te vertegenwoordigen de meest geloofwaardige en tegelijkertijd de meest geslaagde.

De generaal van een beroepsleger wordt koning of leider van de natie en als hij eenmaal getooid is met deze titel slaat hij de toon aan van de soeverein zijnde de verte­genwoordiger van het volk; de nationale vergaderingen, die van het volk de opdracht hebben gekregen om zich te beraden over openbare aangelegenheden, kennen zich het recht toe om wetten aan het volk op te leggen; de militairen - omwille van het feit dat zij de openbare orde ('force publique') vertegenwoordigen - eisen het privilege op, dat zij alleen wapens mogen dragen; en al die verschillende klassen zijn zo diep bekommerd om het volk de last van het zelfbestuur te besparen, dat zelf denken, zelf handelen en zichzelf bewapenen met het oog op zelfverde­di­ging beschouwd gaan worden als misdaden van hoogverraad; het werd zelfs verboden om samenkomsten te beleggen, vooral als serieuze onderwerpen op de agenda staan, op straffe van de dood.

Het vertegenwoordigend systeem doet me denken aan de medi­cijnmannen van een volk uit Indië die voor alle ziekten een dans voorschrijven: als de zieke zelf niet kan dansen, dan dansen zij in haar plaats; zij doen alsof het effect hetzelfde is. De vertegenwoordiging staat steeds klaar om te dansen voor haar eigen patiënt, het volk, dat zelf niet kan dansen; en alles wat de vertegenwoordiging vraagt is dat de patiënt de violen betaalt.

Op die manier doet de vertegenwoordiging het wezen van de zaak in de rook opgaan, de pilaar van de regering wordt losgemaakt van zijn voetstuk en de politieke mens wordt verplicht op zijn hoofd te lopen. Nochtans zal men de naam van 'orde' aan die anarchie geven; en de eerste pogingen van de mens om de na­tuurlijke toestand te herstellen werden beschouwd als een schandelijke rebellie tegen de natuur der dingen en lokten een uitzonderlijke terreur uit, alsof hemel en aarde op het punt stonden zich met elkaar te vermengen en terug te vallen in de chaos. Een veelzeggende ongevoeligheid spoorde de Europese prinsen ertoe aan om het monster van de ontluikende vrijheid in stromen van bloed te smoren en droeg in belangrij­ke mate bij tot die koninklijke samenzwering, die zeker geen ander effect gehad heeft dan dat de uitschakeling van het koningsschap in Europa met een halve eeuw versneld werd.

Maar om terug te keren tot mijn onderwerp: deze vertegenwoor­diging, deze fictie, of beter nog dit bedrog, heeft bij de mensen een dusdanige verbleking van de principes van het gezonde verstand teweeggebracht, dat zij de dingen niet langer zagen zoals ze echt zijn, maar door het vertekenend medium van de vertegenwoordiging. Er is een vertegenwoordiger van de nationale waardigheid, vertegenwoordigers van de adel van de natie, vertegenwoordigers van de beroepen ('talents') van de natie, vertegenwoordigers van de handel van de natie en verte­genwoordigers van het geld van de natie en er zijn afgevaar­digden die de belastingen, de eigendommen en de bevolking vertegenwoordigen. Waarom hadden de oceaan, de rivieren, de bergen, de zon, de maan ook geen vertegenwoordigers? Ik heb moeite om dat te achterhalen.

Kortom het vertegenwoordigend systeem kan beschouwd worden als een metafysische ark, waarin niet alleen elke diersoort zijn vertegenwoordiger heeft, maar ook de ganse ideële wereld met zijn wezens van de rede en het daarbij passende scholastieke jargon. De politieke charlatans van Engeland, die gedurende lange tijd en met onmiskenbaar veel behendigheid de magische lantaarn van de vertegenwoordiging hebben uitgedragen, hebben ook een eigen taaltje uitgevonden: ze spraken over het evenwicht van de drie machten en over het geweldige voordeel dat voortkwam uit de wederzijdse druk, uitgeoefend door de koning, de kamer van de lords en de kamer van het gewone volk. En net zoals die dansers die de bewondering van hun publiek opwekken door voortdurend andere posities in te nemen op hun min of meer gespannen koord, zo hebben ook zij het aantal krachttoeren opgevoerd om met kunstvaardige bedre­ven­heid de grote belangen van de natie met elkaar in evenwicht te brengen, waardoor de toeschouwer, door verbazing geslagen, elke minuut beeft bij de gedachte dat het wankelende staatsgebouw zal neerstorten op het theater en als glas zal versplinteren. Met behulp van de panische angst die zij in de geesten wisten op te wekken, konden deze ingewijden als zakkenrollers met vrije hand de burgers bestelen, terwijl deze, met een bewonde­rende domme blik naar boven, de hoge heren gadesloegen die de goedheid hadden in hun plaats te denken. Deze heren stelden hun bovennatuurlijke talenten ten dienste van de burgers, daarin geholpen door hun uitzonderlijke welsprekend­heid waar­van men natuurlijk niet kan verwachten dat deze zich zou verlagen tot het niveau van het gezonde verstand. In Frankrijk ontleenden de acrobaten van de wetgevende verga­dering het jargon aan hun voorvaderen uit Engeland; zij verklaarden dat de regering van Frankrijk representatief was, dat wil zeggen dat zij niet echt toebehoorde aan het volk, maar enkel werd uitgeoefend via vertegenwoording of zogenaamde vertegenwoordiging. Kortom, zij voerden een schijnvertoning op van een regering van het volk, dat er zelf niet aan mocht deelnemen. Zij hadden er geen enkele moeite mee om de soevereiniteit van het volk te erken­nen, op voorwaarde dat de uitoefening van die soevereini­teit aan hen werd toevertrouwd. Zij zouden tegen het volk zonder moeite gezegd hebben: "u zult de koning zijn", daaraan echter toevoegend, zoals de dronken matroos in The Tempest van Shakespeare: "en ik zal de onderkoning zijn die boven U staat".

Het is niettemin heel waarschijnlijk, dat als de revolutie ophoudt te weifelen en teruggrijpt naar zijn eigen basis, dat soort dronkemanstaal uit de mond van afgevaardigden van de natie niet meer getolereerd zal worden. Ik durf te voorspellen dat als de tweede wetgevende vergadering een grondwet zou uitwerken, gebaseerd op vertegenwoordigende principes, zij een nog korter bestaan beschoren zal zijn dan de eerste vergade­ring. Binnenkort zullen de echte principes van de wetgeving correct begrepen worden en zal men pas tevreden zijn, nadat men de reële en actieve uitoefening van de soevereiniteit verworven heeft, die haar oorsprong heeft in de volkswil die zich ongehinderd kan uitdrukken en zich ondubbelzinnig laat vaststellen.

Maar alvorens de volkswil uitgedrukt en vastgesteld wordt, is het noodzakelijk, zoals ik in het voor­gaande aangetoond heb, dat het volk samenkomt, beraadslaagt en be­slist. Maar hoe zal het volk samenkomen? Per buurt of, met andere woorden, in zijn wijkvergaderingen ('assemblées primaires'). Maar hoe kunnen de handelingen van de wijkvergaderingen die ver­spreid liggen over de grote oppervlakte van de republiek, afgesteld worden op één en hetzelfde doel? Mijn antwoord is: door middel van een nationa­le vergadering, gekozen door het volk die zich beweegt in het centrum van de politieke bedrij­vigheid en daardoor ook een uniforme beweging kan afdwingen op het gehele politieke veld. Veronderstel bijvoorbeeld, dat de nationale vergadering de discussie in gang zet of de grond gemeenschappelijk bewerkt moet worden of gelijkelijk verdeeld onder alle individuen die samen de natie vormen. Vanaf het moment dat het vraagstuk ter sprake wordt gebracht door de nationale vergade­ring, beginnen de kantons met de beraad­slaging, zodat alle kennis die in het land aanwezig is, tegelij­kertijd ingezet wordt op dezelfde problema­tiek. Als men het voorstel duidelijk begrepen heeft en er zich een mening gevormd heeft via het publieke debat, dan sluiten de beraad­slagende vergaderin­gen de discussie af, waarna de natie zich zal uitspreken.

Maar hoe zal de natie zich uitspreken? Zou dit gebeuren in de wijkvergaderingen ? Nee, want men moet er rekening mee houden dat beraadslagen en beslissen twee verschillende aange­legenhe­den zijn. Het overleg is een kwestie van het verstand wat niet naar behoren gevoerd kan worden in een te grote vergadering. Aan de andere kant is beslissen een kwestie van gezag, een verkla­ring van de publieke wil, een uitdrukking van de algemene mening van de natie, wat bekrachtiging vereist door een groter aantal, evenals de steun van de massa.

De natie komt in districten, territoriaal verbonden wijken ('cantons') of buurten, bijeen om besluiten te nemen; elk district heeft zijn marsveld waar het zich zal verzamelen uitgerust met haar wapens. De kwesties die bediscussieerd werden in de districtsvergaderingen ('assemblées primaires') zullen dan door de nationale vergadering voorgelegd worden aan het oor­deel van het volk dat zich diezelfde dag verzameld heeft in haar dis­tricten. Een algemene kreet van goedkeuring zal de besluiten goedkeuren; een gemor van afkeuring volstaat om de besluiten te verwerpen.

De districten maken vervolgens de processen-verbaal van hun handelingen over aan de nationale uitvoerende raad. Elk dis­trict zal tezelfdertijd een gewapende afvaardiging sturen naar de hoofdstad of de grote nationale stad. De gewapen­de afvaardiging van de natie verzamelt zich vervolgens op het nationale marsveld en zal zweren om zich aan de wet te houden, dat wil zeggen aan de wil van het volk. Dan zal men te midden van een doodse stilte de decreten voorlezen of beter nog zou men spandoeken ontvouwen waarop de decreten vermeld staan. Elk decreet zal gecombineerd worden met één van de volgende formules: de soeverein bekrachtigt; de soeverein verwerpt; de soeverein zal verder onderzoeken.

Als het decreet goedgekeurd is door de grote meerder­heid van de districten (laten we er vanuit gaan, dat het gaat om 9/10 van de districten) dan zal de formule zijn: de soeverein bekrachtigt.

Als het decreet slechts de goedkeuring heeft gehad van een meerderheid die kleiner is dan 9/10 de van de districten dan moet men veronderstellen dat de publieke opinie niet voldoende ingelicht is geworden of, met andere worden, dat het onderwerp niet voldoende bediscussieerd is geworden en dan zal men de formule gebruiken: de soeverein zal verder onderzoeken.

Als de meerderheid het decreet verwerpt, dan zal de formule zijn: de soeverein verwerpt.

De nationele uitvoerende raad zal vervolgens aan de districten een lijst met de decreten doen toekomen met telkens de aanduiding van hun goedkeuring, afkeuring of verzoek tot nieuw overleg.

De districten  sturen deze lijst door naar de wijkvergaderin­gen en op die manier zullen de decreten die goedgekeurd werden door de soeverein bekend gemaakt worden en uitgevoerd in alle delen van de republiek.

Ik heb laten zien hoe de natie zich kan verenigen, beraadsla­gen en beslissen. Nu ik bewezen heb dat het volk de soeverei­niteit bij het totstandbrengen van de wetten actief moet en kan uitoefenen, rest me nog te spreken over de administratie van de regering.

De administratie van de regering mag slechts toevertrouwd worden aan mensen die direct en regelmatig gekozen worden door het volk; want kiezen betekent ook denken en men kan niet denken via iemand anders.

Er bestaan drie categorieën  van bestuurders of van publieke ambtenaren:
1. de bestuurders van de wijkvergaderingen,
2. de bestuurders van de districten,
3. de bestuurders van de natie.

De eersten zullen gekozen worden door de wijkvergaderingen ('assemblées primaires'), de tweeden door de districten en de derden door de natie.

De bestuurders van de wijkvergaderingen zullen gekozen worden in de districtsvergaderingen, met meerderheid van stemmen.

De bestuurders van de districten zullen op de volgende wijze in de districten gekozen worden: laten we veronderstellen dat de districten uit 20 kantons bestaan, dan zal elk kanton twee commissarissen kiezen en al die commissarissen samen vormen de gemeente; één onder hen wordt tot voorzitter gekozen en hij zal de functies van burgemeester uitoefenen.

De nationale conventie zal bestaan uit commissarissen die afgevaardigd worden door de gemeenten, en wel op de volgende manier: laten we veronderstellen dat elk district één commis­saris afvaardigt naar de nationale conventie; de 40 commissa­rissen die samen de gemeente vormen zullen bijgevolg allemaal kandidaat zijn voor die afvaardiging, en het volk, verenigt in haar wijkvergaderingen ('assemblées primaires'), kiest tussen de kandidaat-commissarissen die samen de gemeente vormen een afgevaardigde voor de natio­nale conventie. Het resultaat van de stemming in elke wijk­vergadering zal medegedeeld worden aan de gemeente en de gemeentelijke ambtsdrager die een relatieve meerderheid van stemmen achter zijn naam kan krijgen, wordt uitgeroepen tot afgevaardigde voor de conventie.

Nu we op deze manier de grote nationale wijkvergadering tot stand gebracht hebben, rest ons nog de taak om het grote politieke werktuig oftewel de grondwet te voltooien met de totstandbrenging van de grote nationale gemeente of, met andere woorden, de nationale uitvoerende raad.

De grote nationale gemeente zal gekozen worden uit de nationa­le conventie, net zoals de afgevaardigden van de nationale conventie gekozen zijn geworden door de districten.

Nadat de nationale conventie zitting heeft genomen, zal de lijst van afgevaardigden doorgestuurd worden naar de distric­ten. Het volk zal weer kiezen binnen zijn districtsvergaderingen. Het resultaat van de stembusgang binnen elke districtsvergadering zal overgemaakt worden aan de gemeente, en diegene met het grootste aantal stemmen achter zijn naam zal verkozen ver­klaard worden door het district. Elk district laat aan de nationale conventie de naam van de gekozen burger weten, en de afgevaardigden die de relatieve meerderheid van stemmen achter zich verzameld hebben, zullen gekozen verklaard worden door de natie. Als, bij wijze van voorbeeld, de nationale uitvoerende raad samengesteld moet worden uit 500 leden, dan zullen de 500 afgevaardigden met de meeste stemmen samen de grote nationale "gemeente" gaan vormen.

Zij zullen elke 14 dagen een voorzitter kiezen op dezelfde manier als de nationale conventie.

Opdat het gezag de publieke ambtenaren niet hoogmoedig zal maken, is het noodzakelijk om regelmatig nieuwe verkiezingen uit te schrijven. De bestuurders van de wijkvergaderingen zullen om de 3 maanden gekozen worden; die van de nationale conventie en van de grote nationale "gemeente" om het jaar.

Op deze wijze zullen we de verkiezingen door het volk duurzaam maken en waardigheid verlenen. Er zal geen sprake meer zijn van smerige intriges, opgezet door aristocratische groeperin­gen, ook wel kiesverbanden genoemd, en de openbare ambtenaren zullen drager zijn van een onbetwistbaar gezag dat hen recht­streeks en ondubbelzinnig door de stem van het volk is ver­leend.

Diegenen die doorstoten naar de hoogste functies in de rege­ring zullen herhaaldelijk de goedkeuring van de publieke opinie gekregen hebben. Iemand die, bijvoorbeeld, gekozen wordt tot lid van de nationale uitvoerende raad zal drie keer gekozen geweest zijn door het volk, eerst door de wijkverga­dering ('assemblée primaire'), dan door het district en tenslotte door de natie.

Ik meen aldus aangetoond te hebben, dat
1. het volk op een actieve wijze zijn soevereiniteit kan uitoefenen bij het totstandbrengen van de wetten;
2
. het volk rechtstreeks zijn vrije wil kan uitdrukken bij de verkiezing van zijn klerken, de openbare ambtenaren. Op deze manier heb ik de principes van de volksregering blootgelegd en duidelijk uitge­legd. De volks­regering is dus een politieke machine door middel waarvan de volkswil te allen tijden vastgesteld en uitgevoerd kan worden. Dit is ook, in een notendop, waartoe de hele wetenschap van de regering teruggebracht kan worden.

Bij wijze van anticipatie wil ik nu nog heel in het kort de 3 voornaamste bedenkingen die men ongetwijfeld zal inbrengen tegen de volksregering, weerleggen.

1.  Men zal eerst en vooral zeggen dat het veel tijd zal kosten om de wil van het volk te achterhalen.

2.  Ten tweede zal men zeggen dat het gebrek aan overeenstemming en de conflicten die binnen de wijkvergaderingen en de dis­tricten de     kop zullen opsteken een harmonisch bestuur uitslui­ten.

3.  Ten derde zal men zeggen dat de publieke kwesties dermate de aandacht van het volk zullen opeisen, dat zij niet meer de tijd zal hebben     om zich met haar private belangen bezig te hou­den.

Op de eerste bedenking antwoord ik met de verwijzing naar mijn voorgaand voorstel om op een vlugge en afdoende wijze de volkswil - de enige billijke basis van de wet - te achterhalen. En een maatregel die er zich toe leent om met open geest ten uitvoer gebracht te worden, zonder dwang of valkuilen en gericht op een zelfde doel, zal niet veel tijd kunnen opslor­pen.

Met betrekking tot de tweede observatie, die slaat op de diversiteit van meningen: die is wel het minst van toepassing op een regeringsvorm die er nu juist op gericht is eenheid tot stand te brengen in de brede waaier van overtuigingen die in de republiek aanwezig zijn. Deze regeringsvorm geeft ook het juiste gewicht aan het gezonde verstand dat in de natie aanwe­zig is en dit ten koste van alle aristocratische samenzwerin­gen en afwijkende meningen die haaks staan op het openbare welzijn.

Wat de derde bedenking betreft die geopperd wordt tegen alle volksregeringen, namelijk dat de openbare kwesties zoveel aandacht van de burgers opeisen, dat er geen tijd overschiet voor private aangelegenheden, daar merk ik bij op dat ze meestal uit de mond komt van personen die er voor het overige geen enkele moeite mee hebben als het volk de helft van zijn tijd verspilt aan de kluchten die worden opgezet door pries­ters. Zij vinden het volkomen normaal, dat burgers hun dagen slijten met ceremonies die stammen uit barbaarse tijden en die té stompzinnig zijn om ook maar nage­bootst te worden door de honden van de fratsenmakers. Maar als het volk zich ver­enigt vanuit motieven die de hele mensheid aangaan, dan zou het gaan lijden! Zij willen hen niet toelaten om samen te komen en hun verstand te gebruiken, maar zij moedigen hen wel aan naar bijeenkomsten te gaan om getui­genis af te leggen van hun onderworpenheid aan de dogma's van een religie die de volledi­ge opoffering eist van het menselijke verstand!

Maar geen enkele andere bedenking bewijst de uitmuntend­heid van de regering waarover het hier gaat beter. Welk ander doel zou de regering zich per slot van rekening (moeten) stellen dan wel het samen­brengen van mensen via banden van solidari­teit? En hoe kan men die doelstelling beter verwezenlijken dan door regelmatige bijeenkomsten waarin er overleg gepleegd wordt? De beste regering zal dus degene zijn die het openbare domein voor individuele acties zo groot mogelijk maakt. En er bestaat geen andere manier voor het vestigen van het rijk van de wil, van de vrijheid, van de wet, van de liefde; allemaal uitdrukkingen die, in de primitieve wijsheid van de talen, afgeleid zijn van dezelfde wortel en dezelfde betekenis heb­ben. Laat ons hopen dat dankzij de nieuwe vooruitgang van de revolutie de collectieve wijsheid van de mensen het ijzeren juk van de eigendom zal doorbreken en onze kinderen weer het geluk zal schenken van het gouden tijd­perk, het gemeenschap­pelijke erfgoed van de aarde en de ongelimiteerde broeder­schap van geneugten.

Dit ver verwijderd perspectief is het enige dat mijn hart opvrolijkt temidden van het maatschappelijk verval; dit alleen vervult mij met de balsem van de vertroosting temidden van de knagende zorgen die mijn bestaan verteren.